Blog: een week in het klooster

Ze is begin 20, vrouw en protestants. Een niet-alledaagse verschijning in de abdij van het Belgische Averbode. De Edese Heleen van der Sluys, student Godsdienst Pastoraal Werk, trekt zich een week terug in het klooster van de norbertijnen en brengt dagelijks verslag uit via Refoweb. "Alles is geregeld! Ik ga dinsdag voor een week naar de abdij in Averbode :) dinsdag via Antwerpen, de maandag daarop via Brussel. En daar tussenin heerlijk meedoen met het leven in de abdij! #zinin", laat ze op Facebook weten. Hieronder stelt ze zich kort voor en lees je haar blogs:
Ik ben derdejaars student hbo-theologie (GPW) op de CHE. Vanuit mijn opleiding kreeg ik de opdracht om een internationalisering te doen. Dat betekend dat ik onderzoek doe naar een religieuze gemeenschap buiten Europa of buiten mijn eigen religieuze context. Ik blijf binnen Europa, maar ga op bezoek bij een andere religieuze context, namelijk een katholieke abdijgemeenschap. De norbertijnenabdij van Averbode leeft naar de leefregel van Augustinus. Daarnaast haalt zij haar inspiratie uit het leven van Norbert, de oprichter van de orde. De broeders van de abdij zijn wel kloosterlingen, maar geen monniken. Het verschil zit daarin dat monniken in een klooster vooral naar binnen gericht zijn (volgens de leefregel van Benedictus) en de norbertijnen in de abdij zowel op het leven binnen als op het leven buiten de abdij gericht zijn.
Als gast in het gastenkwartier krijg ik de mogelijkheid om een aantal dingen mee te beleven met de broeders van de abdij. Ik eet samen met de andere gasten in de gastenrefter en bezoek de gebeden (3x per dag). Daarnaast wil ik ook graag een aantal broeders interviewen rondom mijn onderzoek.
Mijn onderzoek richt zich allereerst op het ontdekken van de impact die het leven in ‘communio’ (belangrijk kenmerk van norbertijnen is dat het gemeenschapsleven centraal staat. In navolging van de eerste christengemeenten wordt alles gedeeld en hebben de broeders geen eigen bezit) heeft op de broeders van de abdij. Zowel voor hun persoonlijk leven als voor hun geloofsleven. Naast dit onderzoek doe ik nog een klein onderzoekje naar jeugdwerk binnen de abdij. Ieder jaar worden er veel activiteiten voor jongeren georganiseerd en er is een speciale jongerenpater. Hem ga ik vragen hoe zij in hun jongerenwerk proberen aan te sluiten bij de hedendaagse (jongeren)cultuur.
Dinsdag
Door een eeuwenoude poort loop ik het abdijcomplex van Averbode op. Voor me de abdij, rechts daarnaast de kerk. Ik herinner me het gelijk weer van vorig jaar, toen ik hier met 20 jongeren was tijdens een jongerenvakantie in het jongerenverblijf Thagaste, rechts van me. Deze keer echter geen stapelbedden, toffe jongeren en zelfgemaakt eten. In plaats van linksaf te gaan loop ik rechtdoor. De trekbel maakt een rinkelend geluid en aan de zoemer hoor ik dat iemand de deur van binnenuit automatisch ontsluit. Na een rondleiding van de gastenpater mag ik me gaan installeren in mijn eigen kamer. Alles is duidelijk klooster. Het is rustig en stil in de lange gangen. Ik schrik al van het piepen van mijn kastdeur. Een prachtige kast overigens, antiek en groot, net zoals het dressoir, de stoel en het heerlijke grote bureau. Voor de vespers (het avondgebed) om 18.00 begint heb ik nog alle tijd om tussen de boeken vast een leefregel van Augustinus op te zoeken en de informatie van de gastenpater te lezen. ‘Laat uzelf er door de gastenpater niet op betrappen dat u dit blad niet gelezen hebt’. Check, dat hoeft dus niet meer. Om 18.00 maak ik het gebed mee. Bijzonder! Maar voor ik daar iets over schrijf wil ik er eerst een aantal meegemaakt hebben. Het eten, direct aansluitend aan de vesper, valt ontzettend mee. Twee paters aan tafel en twee andere gasten. Onder het eten wordt er gepraat over van alles en nog wat. Af en toe komt er een theologische vraag of opmerking tussendoor, maar deze maaltijd kenmerkt zich vooral door grappige opmerkingen en gezelligheid. Na het tafeldekken voor de volgende maaltijd en de afwas is de gezelligheid weer voorbij. Net als iedereen ga ik naar mijn eigen kamer en sluit ik me weer op in de rust en stilte van de abdij. Even wennen nog, maar ik heb er zin in! Morgenochtend om 07.00 het morgengebed.
Woensdag
Een bed met echte lakens en een deken, net zoals mijn oma vroeger had. Leuk, en het slaapt prima! Heerlijk uitgerust loop ik de vier grote trappen af naar beneden, waar in de gastenrefter de tafel al gedekt is voor het ontbijt. De tafel deel ik vanochtend met de twee andere gasten, die ik gisteren ook al heb ontmoet. We voeren een interessant gesprek over geloven in België. Op vertellen dat je gelovig bent rust hier een groot taboe. Alleen oude en suffe mensen geloven, is de gedachte. En ik moet toegeven, tijdens het gebed ben ik ook standaard de jongste bezoeker. Het leeftijdsverschil tussen mij en de op één na jongste zal zeker 25 jaar zijn (de broeders niet meegeteld). Best heftig om te horen, want hoewel ik wist dat het kerkbezoek in België heel laag ligt, had ik niet verwacht dat er zo’n groot taboe op zou liggen. Toch eens kijken of ik daarover de komende dagen iets kan vragen aan één van de broeders. Zij kiezen er namelijk vaak al heel jong voor om onderdeel te worden van de abdijgemeenschap (sommigen al voor hun 20e!).
De maaltijd is hier volgens mij een belangrijk gebeuren, er wordt veel aandacht aan besteed. Het zijn de enige momenten op een dag waarop je contact hebt met elkaar. We dekken samen de tafel en helpen als gasten ook met het afruimen en afwassen (wat overigens met een luxe vaatwasser gebeurd). Omdat ik langer dan een dag blijf, heb ik een eigen servet. Nummer 23, zodat hij niet elke dag uitgewassen hoeft te worden om kosten en milieu te sparen. Wanneer één van de broeders aanwezig is spreekt hij voor en na de maaltijd een gebed uit. Onder de maaltijd wordt er gewoon gepraat. In de refter van de norbertijnen is dit tijdens de avondmaaltijd trouwens niet het geval. Die verloopt in stilte. Eén van de broeders leest dan voor uit de kloosterregel van Augustinus en uit een godsdienstig, cultureel of historisch boek. Dat voorlezen van de kloosterregel is de laatste regel uit de orde zelf en moet iedere week gebeuren. Vandaag heb ik hem zelf ook alvast gelezen en als afsluiting van deze dag citeer ik de eerste twee regels van de orde: ‘U die een kloostergemeenschap vormt, dragen wij op het volgende na te leven. Allereerst moet u eensgezind tezamen wonen, één van ziel en één van hart op weg naar God. Want is dat juist niet de reden waarom u samen bent gaan leven?’ En, hoewel ik niet in een abdijgemeenschap leef, ook een gedachte voor mij om eens diep over na te denken.
Donderdag
Kloosterlingen dragen allemaal dezelfde kleren. De norbertijnen in de abdij van Averbode dragen een wit habijt. Een lange witte jurk met daaroverheen een scapulier (een lap stof met een gat voor het hoofd dat over de borst en de rug wordt gedragen) en een schoudermantel. Het grappige van dit habijt vind ik dat de schoudermantel een heel klein capuchonnetje heeft. Vroeger was dit gewoon een grote capuchon, maar omdat de kloosterlingen hem toch nooit op hebben, is dit praktischer. Waarom wit? In de levensbeschrijving van Norbert van Gennep vond ik een verklaring. Hij maakte zich niet heel druk om de kleur, maar zei dit: ‘omdat de engelen die getuigen waren van de verrijzenis van Jezus in witte kleren gehuld waren, moesten ook zij, als evenbeeld van de engelen, maar witte kleren dragen’. Vandaar dat norbertijnen ook wel witheren worden genoemd. Tijdens het gebed dragen de kloosterlingen over hun habijt een spierwit koorhemd. Priesters dragen tijdens de eucharistie een stola.
De gebeden bepalen de regelmaat in mijn dag. Mijn wandeling vanmiddag was zo gepland dat ik ruim op tijd terug zou zijn om de vespers mee te maken. De vespers vind ik het meest bijzondere moment van de dag. Waar ik bij de eucharistie vanuit de kerkbanken toekijk, wordt ik bij de vespers door de structuur van het gebed uitgenodigd mee te doen. Samen met de andere gasten zit ik in het koorgestoelte met naast ons het hoofdaltaar. Het koorgestoelte bestaat uit twee, tegenover elkaar staande, rijen stoelen (zie afbeelding boven). Je kijkt dus naar je overbuurman. De norbertijnen zitten altijd bovenaan, de gasten onderaan. In de vespers wordt er vooral veel gezongen. Gregoriaans. De voorzanger zet in en vervolgens zingen wij het tweede couplet. Dat wisselt elkaar af, totdat het lied voorbij is en we gezamenlijk nog een keer het eerste couplet zingen. Veel van de liederen die we zingen zijn psalmen of andere (bijna letterlijke) Bijbelteksten uit de Bijbel. Het gregoriaans is aan de ene kant enorm eentonig, maar heeft tegelijk ook weer een heel eigen klank die het eigenlijk best mooi maakt. Ik heb er in ieder geval al wel van leren genieten! Doordat je op één toon zingt blijft je aandacht ook goed bij de tekst. Elk lied eindigt met dezelfde twee coupletten. Bij het ‘in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest’ gaat iedereen staan en buigt. Daarna richt ieder zich op en zingt: ‘Zoals het was in het begin en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.’ Het voelt voor ons wat vreemd aan om te buigen, maar ik ben het in deze paar dagen erg gaan waarderen. Vol ontzag voor God, na een schuldbelijdenis of in stille verwondering buigen we ons voor Zijn heiligheid. Niet voor een beeld (ook niet in de richting van een beeld overigens), maar voor God. Hierin leren de norbertijnen van Averbode mij een belangrijke les!
Vrijdag
Vandaag heb ik in ieder geval ontdekt dat Belgen meer religieuze vrije dagen hebben dan Nederlanders. Naast met Kerst, Pasen en Pinksteren krijgen zij sowieso ook nog een vrije dag op Maria hemelvaart en Allerheiligen. Daarnaast zijn er nog een heel aantal hoogfeesten waarvoor men geen vrije dag krijgt (anders zouden Belgen wel heel vaak vrij zijn), maar die wel gevierd worden in de kerk. Vandaag was zo’n dag, het hoogfeest van de heilige apostelen Petrus en Paulus. Dit hoogfeest is ter nagedachtenis aan de marteldood van Petrus en Paulus, de twee belangrijkste apostelen en stichters van de kerk.
In de gebeden was zichtbaar dat het vandaag een bijzondere dag was. De eucharistie en de vespers werden uitgebreider gevierd en de priesters droegen vandaag rode gewaden en stola’s. Bij de eucharistie droeg de dienstdoende priester zelfs een mijter en had hij een staf bij zich. Extra toevoeging was ook de wierook. Eén van de norbertijnen brengt het wierookvat (een schaal met een deksel aan drie kettingen) naar de priester, die het vult met wierook. In het wierookvat zitten gloeiende kolen en zodra de priester daar de wierook op legt begint het te roken. Met deze schaal wordt heen en weer gezwaaid voor het altaar en tijdens de eucharistie ook over de Bijbel en over het brood en de wijn voor de communie. De liederen voor deze vieringen zijn in het Latijn. Dat is een stuk lastiger zingen dan in het Nederlands, maar gelukkig geeft mijn zangboek wel een Nederlandse vertaling, zodat ik in ieder geval begrijp wat ik zing.

Ook binnen de abdij is merkbaar dat het vandaag een feestdag is. Bij het ontbijt kregen we vanmorgen bastognekoeken en repen chocola als extraatje en ik hoorde vanuit de refter van de norbertijnen een stuk meer geluid komen dan ik andere ochtenden gewend ben. Dat heb ik ook maar aan het hoogfeest van Petrus en Paulus toegeschreven, hoewel ik dat niet met zekerheid durf te zeggen. Het ontbijt is namelijk geen stiltemoment in Averbode. Later, bij de afwas trof ik ineens een keuken vol witheren aan, druk bezig om de schone vaat af te drogen en op te bergen. Een maf gezicht, al die witte pijen in de keuken. Maar, ook afwassen met norbertijnen is gezellig!
Toch ben ik blij dat het morgen weer een gewone dag is, zonder al te veel Latijn, wierook en rituelen die ik niet begrijp. Ik kijk uit naar de vespers van morgenavond. Er zijn veel verschillen tussen katholieken en protestanten, die ook deze week weer duidelijk worden. Maar juist in de vespers kan ik zo ver mee vieren met de gemeenschap, door het zingen van de psalmen en andere Bijbelgedeelten. Dat maakt het voor mij tot een bijzonder moment van rust en bezinning. Tot eer van God!
Zaterdag
In de abdij van Averbode gebeurd veel meer dan je op het eerste gezicht zou denken. Ik bezocht de gebeden deze week samen met een tiental andere gasten, die niet in het gastenverblijf waren en ook niet tegelijk met mij de maaltijd gebruikten in de gastenrefter. Wat ze wel in de abdij kwamen doen, was mij, tot ik vandaag door één van hen werd uitgenodigd, niet duidelijk. Onder leiding van een iconograaf, kregen deze mensen een week lang les in het maken van iconen. En een abdij is daarvoor natuurlijk de ideale werk- en bezinningsplaats. Van één van de cursisten, een pastoor uit Nederland, kreeg ik een rondleiding in hun werkplaats. Iconografie is afgeleid van een Grieks woord dat beeld en schrijven betekend, beeldschrijven dus. Iconen zijn eigenlijk typisch iets van de oosterse kerk, maar hebben nu blijkbaar ook hun weg gevonden naar het westen. Een icoon wordt niet aanbeden, maar geëerd. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt als middel voor meditatie en gebed.
Naast dat het schilderen van iconen een ontzettend monnikenwerk is, vraagt het ook nogal wat denk- en creatief voorstellingsvermogen om de iconen te kunnen begrijpen. Een icoon waarop de drie mannen afgebeeld worden die Abraham komen opzoeken bij de eiken van Mamre (Genesis 18), heeft bijvoorbeeld daarnaast ook de betekenis in zich van de Drie-eenheid van God. De Vader voor het (vader)huis van Abraham, de Zoon voor de eik van Mamre (als de boom des levens) en de Heilige Geest voor een steenrots (als de Geest van de Schepping). Allen wijzen ze naar een kelk met daarin een kalfskop, dat Abraham hen als maaltijd aanbied. In hetzelfde icoon kun je tegelijk een denkbeeldige cirkel, een zeshoek, een achthoek, een driehoek en een kruis ontdekken. Deze figuren staan symbool voor de volmaaktheid van God. Doordat de lijnen van het schilderij van buiten naar binnen lopen, lijkt het alsof je het icoon zo binnen kan lopen, wat weer symbool staat voor de gastvrijheid waarmee God naar ons toekomt. Na al deze uitleg (en dit is alleen wat ik onthouden heb!) kan ik me bijna voorstellen dat deze groep mensen over dit ene icoon een week lang elke ochtend heeft kunnen mediteren. Hoewel ik de symboliek soms wat vergezocht vind, was het wel ontzettend interessant om deze kunstenaars aan het werk te zien op een houten bord bedekt met krijt, waarop ze met bladgoud en verf (kleurstof gemengd met eigeel) prachtige iconen tevoorschijn wisten te halen! Terugdenkend aan mijn eigen ‘producten’ bij eerdere pogingen tot creatief werk heb ik een aanbod om zelf iconograaf te worden maar afgeslagen.

Zondag
Vandaag voor mij geen psalmberijming van 1773, die op volle kracht door 400 mensen onder begeleiding van het orgel gezongen wordt. Ook geen preek van 45 minuten en anderhalf uur lang op mijn stoel zitten. Een zondag in de abdij verschilt eigenlijk niet zoveel van andere dagen in de week. Behalve het ontbijt, waarbij we deze ochtend begroet werden met heerlijke croissantjes, chocoladebroodjes en krentenbrood. Verder is de structuur van deze dag hetzelfde als elke andere. De metten en lauden, de eucharistieviering en de vespers. Bij de eucharistieviering waren vandaag wel veel meer mensen aanwezig dan doordeweeks, hoewel daardoor de gemiddelde leeftijd helaas niet omlaag ging. In de eucharistieviering werd vandaag ook een kleine preek gehouden, waarin de verschillende Bijbellezingen van die dag werden uitgelegd. Deze zondagse toevoeging, waardoor ik meer begreep van de liturgie vond ik erg mooi!
Het is interessant om een week in het gastenkwartier te verblijven. De meeste gasten blijven namelijk maar één of twee dagen en daardoor heb ik een heel aantal gasten zien komen en gaan. Een divers gezelschap van veel verschillende mensen. Soms ook kunnen de verschillende werelden aan tafel heel dicht bij elkaar komen. Van politici en economen tot enthousiaste vrijwilligers en hulpbehoevende mensen die met hun nood naar de abdij komen. Zelfs zo dat ik het af en toe heftig vond om te zien hoe aan één tafel de verschillen zo groot kunnen zijn. Tegelijk ook ontzettend mooi, omdat op deze manier mensen met elkaar in contact komen die elkaar normaal nooit zouden spreken. Elkaar op straat voorbij zouden lopen of simpelweg elkaar nooit ontmoeten. Zo heb ook ik deze week gesprekken gevoerd die ik, wanneer ik niet in de abdij was gekomen, nooit zou hebben gevoerd.
Als afsluiting voor vandaag een korte reflectie uit de kloosterregel van Augustinus, die me op deze zondag aan het denken zet. Of we nu vandaag de vaste orde van de Nederlandse eredienst hebben gevolgd of ons aan de gebedstijden van de Norbertijnen hebben gehouden, voor ons allemaal geldt: ‘Wanneer u in de psalmen en liederen tot God bidt, moeten de woorden die u uitspreekt ook in uw hart leven.’ Een voluit Bijbelse regel die ons laat zien dat het in de kern niet gaat om vormen of liturgie. Het gaat erom, leerde één van de norbertijnen me deze week, dat we in de eerste plaats voor God staan. Het gaat om Hem!
Maandag
Mijn trein rijdt weer op Nederlandse bodem! Na een omweg via Brussel zit ik om 18.22 weer in een gewone intercity richting Utrecht Centraal. Een goed moment om terug te kijken op de afgelopen week. Niet wetend wat me te wachten stond vertrok ik vorige week dinsdag naar de abdij van Averbode. Eerst wat onwennig aan de lange houten tafel met rieten stoelen en een, in wit geklede, norbertijn als tafelheer. Vanochtend bezocht ik voor de laatste keer de metten en lauden en besefte ik me dat deze termen en tijden ondertussen vertrouwd aanvoelen. Vreemd ook om vanuit de rust en stilte van de abdij terug te keren in het drukke straatbeeld van Brussel. In een overvolle trein vol festivalgangers, langs drukbezochte toeristische hoogtepunten en op zoek naar een vrij plekje voor mijn lunch.
Een week in de abdij van Averbode doet iets met je. De rust en de stilte, het zachtjes meezingen van de Gregoriaanse psalmen, de vaste structuur van elke dag, de contacten met broeders en medegasten, de heerlijke geuren van de natuur tijdens wandelingen in het bos. Ze sporen je aan om stil te staan en na te denken over die dingen die er uiteindelijk echt toe doen. Ze laten je reflecteren op je eigen traditie en geloofsovertuiging. Om die te nuanceren, in een ander licht te zien of opnieuw op zijn geweldige waarde te leren schatten. Ze leren je ook met andere ogen kijken naar een onbekende geloofscultuur, waar, door echt contact, van hart tot hart, vooroordelen verdwijnen en je elkaar vindt in de kern van het christelijk geloof. Gedachten van een week, waarover je nog maanden na kunt denken.
Het is heerlijk om weer in Nederland te zijn, maar ik beloof niet dat ik nooit terug zal gaan naar Averbode!
Het is niet mogelijk om op dit bericht te reageren. De redactie heeft deze mogelijkheid afgesloten en/of de termijn om een reactie te plaatsen is verstreken (1 maand na publicatie).
/ Populaire artikelen
- / Poplezing Jijdaar! 11 mei in Katwijk
- / Speeddate voor dominees
- / Vraag en antwoord met ds. Pronk
- / Verantwoord weg met Refoveilingen.nl
- / Video-interview met ds. J.C. de Groot
- / Christelijke alternatieven voor koningslied
- / Telegraaf trapt in SGP-grap
- / Arjan Baan: "God rechtvaardigt niet de nette...
- / Jongeren in vuur&vlam voor hun Heiland
- / Jongerenwerkers niet welkom op Lodo
- / Jubileum de Herberg
- / Biddag in Opheusden
- / Witte kerk Slijk-Ewijk te koop
- / 11 mei koorzangavond Elburg
- / Preek voor de Koning(in)