Een evangelische refo!? (2)

Nieuwsredactie / geen reacties

23-07-2018, 10:44

In het blad Bewaar het Pand schreef ds. A.C. Uitslag onlangs een serie artikelen over 'Hoe de evangelische invloed de refo verandert'. Met toestemming van de Urker CGK-predikant plaatsen we de stukken de komende weken op Refoweb. Hieronder kun je deel 3 en 4 lezen:

(3)

De bespreking van een huisbezoek leidde tot een heel gesprek. De ouderlingen waren in een kerkelijk verdeeld gezin geweest. Moeder was jaren geleden evangelisch geworden. Vader was de kerk trouw gebleven. De kinderen bleven met vader meegaan. Nu ze ouder zijn, gaan ze echter vaker met moeder mee. Ze zeiden: “onze moeder mag weten, dat Jezus voor haar is gestorven. Daar getuigt ze van. Van haar gaat veel meer uit dan van onze vader, die altijd maar twijfelt en tobt”. Het gebrek aan geloofszekerheid bij hun vader stootte hen af. Zou in het gereformeerde gedachtengoed dan toch iets ontbreken, waardoor de evangelische beweging zoveel aantrekkingskracht kent?

Dit derde artikel over de evangelische invloed op de gereformeerde gezindte is het meest lastige. Het houdt ons namelijk een spiegel voor. Dat is confronterend. Dat vindt niemand fijn. Zelfreflectie en zelfcorrectie vereist een kwetsbare opstelling en vraagt moed. Om de opkomst van het evangelische denken te gaan begrijpen is het echter wel noodzakelijk, dat we in dit artikel ook kritisch naar onszelf kijken. Want blijkbaar wordt in “onze prediking” en in “onze leer” iets gemist, wat ze daar wel vinden. Wat zou dat nu kunnen zijn? Zomaar een aantal gedachten...

a. Hun nadruk op de verantwoordelijkheid van de mens kan een correctie zijn op onze valse lijdelijkheid. Dit denken is immers nog sterk aanwezig onder ons: “ik kan er zelf toch niets aan doen”. “Het moet je wel gegeven worden”. “Als God het niet wil...”. Alle nadruk valt op het soeverein welbehagen van God, waarbij de eis tot bekering en geloof naar de achtergrond is verdwenen.

b. Hun nadruk op het leven met Jezus kan een correctie zijn, dat wij blijven steken bij een komen tot Jezus. Dikwijls is dat de kritiek van hen, die de gereformeerde gezindte verlaten en overgaan naar een evangelische beweging. Er zou binnen de gereformeerde prediking te weinig aandacht zijn voor de levensheiliging, maar altijd weer worden gehamerd op de noodzaak van wedergeboorte, waarachtige bekering en zaligmakend geloof. Het leven met Jezus – het discipelschap – blijft onderbelicht.

c. Hun nadruk op de gaven van de Geest kan een correctie zijn op ons zwijgen over het werk van de Geest. Binnen de reformatorische kring bestaat een bepaalde huiver voor het charismatische gedachtengoed. In de evangelische kring wordt verwezen naar 1 Korinthe 12 en 14, waar wel degelijk gesproken wordt verscheidene geestesgaven.

d. Hun nadruk op geloofszekerheid kan een correctie zijn op de voortdurende geloofstwijfel binnen de gereformeerde gezindte. Velen onder ons worstelen met vragen rondom de toe- eigening van het heil. Het blijft voor hen altijd maar de vraag of het heil wel voor hen is. Het leidt tot grote onzekerheid en twijfelmoedigheid. Zo zijn er vele bekommerde zielen van wie de weg altijd door het donker gaat. Binnen de evangelische kring wordt veel vrijmoediger getuigt van hun geloof in de Heere Jezus en hun verlossing door het bloed van Jezus. Zij mogen weten een kind van God te zijn en steken dat niet onder stoelen of banken.

e. Hun aandacht voor de wederkomst en Israël kan een correctie zijn op ons zwijgen hierover. Binnen de gereformeerde gezindte smeulen de restanten van de vervangingstheologie nog na, waardoor eeuwenlang de kerk de plaats van Israël had ingenomen. Er is weinig aandacht geweest voor de weg, die God gaat met “onze oudste broeder”.

Ook wat betreft het denken over de wederkomst heerst er binnen de gereformeerde theologie veel verlegenheid. Het is veelzeggend, dat Calvijn geen verklaring van Openbaring heeft geschreven. De leer van het duizendjarig rijk is binnen grote delen van de gereformeerde gezindte niet bespreekbaar. Het zijn met name evangelische theologen, die hun visie geven over de wederkomst. Het mag tot nadenken stemmen!

We zien trouwens, dat de grenzen op de religieuze kaart van Nederland meer en meer vervagen. Bij de grote maatschappelijke vraagstukken in de samenleving wordt al flink samengewerkt tussen evangelische en reformatorische christenen. Bij politieke partijen staan evangelische en reformatorische christenen al dikwijls op één en dezelfde lijst. Denk ook aan het werk onder vluchtelingen of de Mars voor het Leven, waarbij evangelische en reformatorische mensen zij aan zij staan.

Deze ontwikkeling lijkt trouwens klakkeloos te worden geaccepteerd. Niemand stelt meer vragen naar het reformatorische gehalte van bijvoorbeeld de Mars voor het Leven. We doen massaal mee! Het evangelische geluid in woord en lied nemen we dan maar voor lief. Blijkbaar zijn bepaalde maatschappelijke vraagstukken zo relevant, dat dit de relativering van de principiële verschillen tussen het reformatorische en het evangelische denken rechtvaardigt. Dit bedoel ik trouwens niet als een waardeoordeel, maar wel als een feitelijke constatering. Kerkelijk leidt zo’n kruisbestuiving tot de reformatorische baptisten. Een groepering, die binnen veel gemeenten in de Biblebelt voet aan de grond krijgt. Is dit dan de toekomst: de aloude schatten van de Reformatie met de benodigde correctie door de evangelische beweging nu samen in één gemeente? Sommigen hopen het. Anderen vervult het met zorg. Voor mij geldt het laatste. Maar daarover de volgende keer ....

 

(4)

De huisbezoeken werden verslagen. Eén van de ouderlingen vroeg het woord. Hij uitte zijn zorgen: “Er waren fijne bezoeken bij. Gezinnen, die trouw meeleven en waar de Bijbel opengaat. Ze spreken ook vrijmoedig over het geestelijke leven. Het valt me echter op, dat ik zo weinig zondaren tegenkomen. Ze huppelen, springen en zijn allemaal zo blij, want door Jezus zijn ze vrij. Soms heb ik het gevoel, dat ik van een andere planeet kom. Het bevindelijke leven van weleer vind ik niet meer”.

De toenemende invloed van de evangelische beweging is een feit. Het is echter wel iets, dat zorg geeft. Want het vormt ook een bedreiging voor de gereformeerde gezindte. Met name de jongeren en jongvolwassenen bevinden zich in een spagaat. De evangelische lucht wordt ingeademd door onder andere de muziek van Sela, Opwekking of gospelartiesten. Het brengt een hele andere geloofsinhoud met zich mee. Vele teksten leggen eenzijdig de nadruk op Gods onvoorstelbaar grote liefde en trouw. Andere liederen zingen over een God, Die meetrekt in alle levensomstandigheden.
Het tekent een ander geestelijk klimaat en denken. God wordt gezien als een God van uitsluitend liefde. Hij houdt van ons, helpt ons altijd en waardeert ons zeer. Hij is blij met ons. Hij draagt ons, redt ons, bevrijdt ons en geeft ons de vrijheid, die we willen. Als we gezondigd hebben, staat Hij al met open armen voor ons. Hij rent naar ons toe, als we het moeilijk hebben. Hij neemt je nooit iets kwalijk en vergeeft het je altijd weer.

De noties van Gods heiligheid, Gods toorn over de zonde, Gods ondoorgrondelijke leiding in een mensenleven verdwijnen meer en meer naar de achtergrond. Het Bijbelse beeld verdwijnt, dat God ook toornt over de zonde, terwijl de Schrift daar wel duidelijk over is: “wie kent de sterkte Uws toorns en Uw verbolgenheid, naardat Gij te vrezen zijt?” (Ps. 90: 11). Er wordt niet meer gesproken met twee woorden: zonde-genade, liefde-toorn, vrijspraak-oordeel. Er ontstaat een optimistisch geloof en een optimistische mensvisie.

Dat vertaalt zich door naar de prediking, die niet confronterend en ontdekkend mag zijn. De kritiek komt al snel: “graag een onsje meer Evangelie en een onsje minder over de zonde”. Juist een ontdekkende prediking zit onze hang en drang naar ongetemde zelfontplooiing immers danig in de weg. Ook mogen regels – geboden – de eigen gewenste levenskoers niet hinderen. Daarom dient in de prediking voor hen vooral de volle nadruk te vallen op Gods onvoorwaardelijke liefde en genade in Zijn Zoon Jezus Christus.

Het valt me ook altijd weer op, dat evangelische christenen weinig oog hebben voor het feit, dat ook zij staan op de schouders van hun voorgeslacht. Zij hebben altijd de ontembare drang om te doen of zij de eersten zijn, die tot geloof zijn gekomen. Boeken van theologen uit de tijd van de Vroege Kerk of van de Reformatie willen ze niet lezen. Ze vinden liever vandaag het wiel uit, onwetend dat ook de onderwerpen waar zij zich zo druk om maken in de loop der eeuwen al van menige kant is bekeken en belicht.

Ze zijn zeer modern, ook in die zin dat ze sterk individualistisch zijn. Ze missen duidelijk de bedding van Gods genadeverbond, waarbij God werkt in de lijn der geslachten en mensen bij elkaar brengt. Zij zoeken echter vooral diegenen op, die net als zij zijn: hetzelfde denken, hetzelfde gevoelen, dezelfde meningen. Het past binnen het denken, waarin je vooral voor jezelf gaat, al gaat dat ten koste van een ander.

Zo klonteren een groepje gelijkgezinden bij elkaar. En als er onenigheid is, stichten ze gewoon een nieuwe kerk. Wonderlijk genoeg menen ze daarbij de Heere altijd weer aan hun kant te hebben. Ze hebben in hun hart gekregen om op Urk of in Barneveld een nieuwe kerk te stichten. Eigenlijk best bizar. Daar zijn al kerken genoeg. Als ze nu eens naar de witte vlekken in het Noorden gaan of naar Helmond of Heerhugowaard. Maar daar zie je ze niet. Ze stichten met hun keuzes veel verwarring. Het geeft ook verdriet in gezinnen, als de scheur dwars door de gezinnen gaat.

Bovendien – en dat is misschien wel het grootste bezwaar – zit bij elke evangelische een remonstrantse trek. De evangelische mensen hebben wel degelijk oog voor Gods genade. Ze geloven ook, dat ze het van genade moeten hebben en dat dit is gegrond op het verzoenende werk van Christus. Maar het is bij hen meehelpende genade: Gods genade stelt ons in staat om God te dienen in eigen hart. Denk aan teksten als “is je deur nog op slot, doe hem open voor God”, “ik heb besloten mijn hart aan Jezus te geven”, “ik open mijn hart voor U”. Zulke teksten geven het gevoel, alsof het uiteindelijk van ons afhangt. Of zoals ik een evangelische voorganger het ooit eens hoorde zeggen: “God staat machteloos, als jij je hart niet voor Hem openzet”.

Wat is dit een armoedige godsdienst! Een godsdienst, waarin God zo klein wordt en de mens zo groot. De totale verdorvenheid van de mens wordt hierin gemist. Er worden aan de mens allerlei vermogens toegedicht, die hij echter niet meer heeft. Er is immers geen mens, die God zoekt. Allen zijn we afgeweken. Van onszelf keren we nooit terug. Daarvoor is het onwederstandelijke werk van de Heilige Geest nodig. Wie dat ontkracht, stopt of de mens iets in handen wat geen waarde heeft of brengt de mens tot moedeloosheid, als hij bemerkt dat hij zichzelf niet veranderen kan. Hier zullen we de volgende keer nog iets meer van zeggen.

Nieuwsredactie op 23-07-2018, 10:44
geen reacties

Meer nieuws

In het blad Bewaar het Pand schreef ds. A.C. Uitslag onlangs een serie artikelen over 'Hoe de evangelische invloed de re...
geen reacties
10-07-2018
De nieuwste artikelen van Refoweb direct via Whatsapp ontvangen?
geen reacties
02-07-2018
Reformatorische jongeren tussen de 12 en 17 jaar doen vaker aan sexting en vinden porno, gewelddadige beelden en discrim...
5 reacties
28-06-2018
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis