Refo-jongeren laten zich niet zomaar door media beïnvloeden

Machiel Copier / 1 reactie

19-07-2017

Binnen de reformatorische gezindte is er vaak angst geweest voor nieuwe soorten media. Deze angst voor nieuwe media is er omdat de gezindte bang is dat men door het gebruik van deze media de normen en de waarden van de wereld aanneemt.  Deze angst was er al toen de radio zijn intrede deed in het Nederlandse huisgezin. Bij de Gereformeerde Gemeente van Meeuwen werd in 1935 een echtpaar gevraagd de radio de deur uit te doen. Ook al gebruikte dit echtpaar de radio alleen maar om te luisteren naar radiokerkdiensten op zondag. De radio, zo vond men, stond meer in dienst van de valse leer dan van de ware leer.

Ook toen het internet voor iedereen beschikbaar kwam, ontstond er discussie. Bij de Gereformeerde Gemeente van Dordrecht werd in 1996 besloten mensen met een internetaansluiting te weren van het Heilig Avondmaal, zoals ze dat ook deden bij mensen met televisie-bezit. Ondanks deze discussie heeft de computer uiteindelijk zijn intrede gedaan in de huizen van de bevindelijk gereformeerden.

Voor mijn afstudeeronderzoek, voor mijn opleiding journalistiek aan de Christelijke Hogeschool in Ede, heb ik een tiental interviews afgenomen met reformatorische jongeren tussen de 15 en 17 jaar op een middelbare school. Hierbij is vooral gekeken naar de invloed van de media op de meningsvorming van deze jongeren omtrent belangrijke ethische zaken zoals abortus, euthanasie en homoseksualiteit. Op deze manier kan bepaald worden in hoeverre de angst over de negatieve invloed van deze media terecht is.

Uit de diepte-interviews met deze jongeren blijkt dat ze hun mening ten opzichte van de ethische standpunten vooral gebaseerd hebben op hun geloof, hun opvoeding en wat ze erover horen op school en van vrienden. Zo geeft één van de jongeren aan dat hij eigenlijk over alles hetzelfde denkt als zijn zus. Hij denkt zelf dat dit komt doordat ze dezelfde opvoeding hebben gehad. Bijna alle jongeren geven aan dat deze invloed van hun omgeving groter is dan de invloed van de media.

Alleen een jongere wiens band met zijn ouders minder goed is, geeft aan dat zijn standpunten ook voor een deel op mediaberichten zijn gebaseerd.

Tijdens de gesprekken kregen de jongeren onder meer de volgende video te zien. In deze video vertelt een jongen over zijn opa die heel erg ziek was en waarschijnlijk ook niet lang meer te leven had. Er wordt vertelt dat er uiteindelijk gekozen werd voor euthanasie om een einde aan het lijden te maken.

Opvallend was dat de jongeren na dit persoonlijke verhaal lieten merken dat ze door deze video een lichte twijfel uitspraken over hun standpunt. Voor deze video hadden ze namelijk bijna allemaal aangegeven tegenstander te zijn van euthanasie. Allemaal gaven ze echter aan hierdoor uiteindelijk niet van standpunt te veranderen. Wel zeiden ze hierdoor met meer sympathie kijken naar mensen die een ander standpunt hebben dan zijzelf.

Een jongere daarover: “Het schuurt aan twee kanten. Aan de ene kant mogen wij ons daar niet in mengen. Wij mogen niet bepalen wanneer wij of wanneer anderen dood gaan. (…) Ja, en tegelijkertijd die man had het gewoon heel zwaar. Die kon niet meer leven zeg maar. Die was al bijna dood. (…) Maar ik blijf toch bij mijn punt van niet in mengen. Dat is echt niet onze taak. “

Een andere: “Je ziet ook hoeveel verdriet dat jongetje nog had denk ik. Hij zag natuurlijk dat zijn opa steeds zieker werd. Dan denk ik ja, voor het jochie is het natuurlijk beter. Ja ik vind het een beetje dubbel eigenlijk. Ik vind nog steeds niet dat je euthanasie kan plegen. Daar blijf ik wel bij. “

Op basis van dit onderzoek lijkt het aannemelijk om te stellen dat de angst voor media misschien wat overdreven is. Jongeren zullen niet zomaar de normen en waarden overnemen die zij in de media voorbij zien komen. Aangezien uit het onderzoek blijkt dat de standpunten van de jongeren vooral gevormd worden door hun omgeving ligt hier wel een taak van de ouders. Als deze ouders het belangrijk vinden dat hun kinderen dezelfde standpunten huldigen als zijzelf, dan moeten ze hier met hun kind over spreken. Als zij dit niet doen zullen de media eerder invloed hebben op de standpunten van hun kind.

De conclusie van het onderzoek mag zijn dat jongeren vooral door hun omgeving worden beïnvloed. Daarnaast bleek dat ook een persoonlijk verhaal ervoor kan zorgen dat jongeren over een onderwerp na gaan denken. Voor media die reformatorische jongeren willen bereiken is dit belangrijke informatie. Er zal door deze media ingespeeld moeten worden op dat gemeenschapsgevoel. Als bepaalde media onder jongeren vanzelfsprekender worden, zullen andere jongeren wellicht ook eerder geneigd zijn om zich wat aan te trekken door deze media. Daarnaast zouden deze media nieuwe vormen uit kunnen proberen waarbij onderwerpen meer worden benaderd vanuit een persoonlijk verhaal. Dit onderzoek liet namelijk zien dat een persoonlijk verhaal zeker impact heeft op reformatorische jongeren.

Machiel Copier op 19-07-2017, 11:00
1 reactie
mortlach
04-08-2017 / 12:54
Stel je voor de grap eens voor als je nu nog steeds geen radio had gehad, laat staan alles wat er in de afgelopen 100 jaar op is gevolgd.
Je kunt op dit bericht reageren. Klik hier om in te loggen.

Meer nieuws

Er komt een extra editie van Familiedagen Gorinchem in de herfstvakantie van 2017. Na het wegvallen van de gezinsbeurs W...
1 reactie
14-07-2017
Met meer dan 750.000 stuks over de toonbank was hij al het meest populaire poppetje aller tijden van Playmobil. Maar sin...
geen reacties
05-07-2017
Meer dan tachtig (!) pagina’s vragen en antwoorden staan van haar op Refoweb en inmiddels heeft ze -als eerste panellid-...
1 reactie
24-05-2017
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis