Vertalen is een moeilijk werk

Gereformeerde Bijbelstichting / geen reacties

11-07-2018, 12:30

Vraag

Ik vraag me af waarom de Statenvertaling Spreuken 17:26 zo heeft vertaald: “Het is niet goed den rechtvaardige ook te doen boeten; dat de prinsen iemand slaan zouden om hetgeen dat recht is.” Dan gaat het om de laatste zin dat de prinsen iemand slaan zouden om hetgeen dat recht is. Alle andere bijbels die ik heb gelezen, zoals KJV, NBG-51 en zelfs de HSV hebben: “Nog minder aanzienlijken te slaan vanwege hun oprechtheid.” In de kanttekening bij de Statenvertaling  staat er niets over deze zin. Kan iemand die verstand heeft van vertaalkwesties mij uitleggen welke vertaling klopt, de Statenvertaling of de andere bijbels. En zijn er nog bijbels die hetzelfde vertalen als de Statenvertaling?

Antwoord

Dat dit geen eenvoudig vers is, blijkt onder andere uit de vele strepen in het handschrift van de Statenvertaler. Dat geldt vooral het eerste deel van het vers, maar ook wel het tweede deel. Zie de afbeelding:

Hieruit blijkt, dat de vertaling als volgt tot stand kwam:

“… dat de prinsen | edelen [ijemant] slaen souden om tgene dat recht is | [ende] den edele te slaen over het gene dat recht is | tegen het recht.

Ik heb hier een tekentje dat op een o lijkt, geïnterpreteerd als een nieuwe vertaaloptie, en weergegeven met een verticale streep: |.
Het volgende valt op:

  • Het woord ‘iemand’ is toegevoegd door de vertaler, en staat dus niet in de grondtekst. Daarom staat het in de GBS-uitgaven van de Statenvertaling ook cursief.
  • De vertaler twijfelde tussen ‘prinsen’ en ‘edelen’, maar koos uiteindelijk voor ‘prinsen’. De keuze voor ‘prinsen’, ‘edelen’ of ‘aanzienlijken’ ligt op één lijn. Het Hebreeuwse woord (nadiev) betekent zoiets als ‘gewillig/vrijwillig/bereidwillig/milddadig’ (zie bijv. Ex. 35:5) of ‘edel’. Het is de vraag of we hier bij ‘edelen’ vooral aan ‘edelmoedigen’ moeten denken, of aan ‘edelen’ als personen van een hogere stand (de adel, in de Nederlandse situatie). Er wordt ook wel vertaald met ‘vorsten’.
  • De vertaler heeft de vertaling “… en den edele te slaan over hetgeen dat recht is / tegen het recht” ook overwogen, hoewel deze vertaling doorgestreept werd.
  • Vertaler Gerson Bucerus heeft nog enkele aantekeningen gemaakt over deze tekst, maar zijn handschrift is moeilijk te ontcijferen.

Het is nu de vraag, welke vertaling verkieslijker is. Dat hangt af van verschillende zaken:

  • Het is de vraag welke interpretatie we aan het Hebreeuwse nadiev moeten geven. Een positieve, namelijk van iemand die bereidwillig, edelmoedig of hoog in aanzien is, of een negatieve, zoals in Job 12:21, 21:28 en 34:18 waar de edelen synoniem lijken te zijn aan de goddelozen? Denk ook aan Psalm 146:3: “Vertrouwt niet op prinsen”. Aan de andere kant komt in ditzelfde hoofdstuk, Spreuken 17:7, het woord nadiev al voor: “Een voortreffelijke lip past een dwaas niet, veelmin een prins een leugenachtige lip”. Hier wordt dus een tegenstelling gemaakt tussen een dwaas (bij wie een voortreffelijke lip niet past) en een prins of edele (bij wie een leugenachtige lip niet past). Een prins of edele hoort dus waarheid te spreken.
  • Van belang is de woordvolgorde en de samenhang tussen vers 26a en 26b. Dit gedeelte is namelijk poëtische taal, vergelijkbaar met de Psalmen. We vinden in deze poëtische taal steevast een tweedeling in de verzen (en soms een driedeling), waarbij het tweede versdeel het eerste vaak intensiveert/versterkt, of juist een tegenstelling vormt. Deze samenhang wordt het parallelismus membrorum (‘parallellisme der leden’) genoemd. In de HSV is die parallelstructuur ook optisch verwerkt. Als we de woorden letterlijk vertalen en op hun plaats laten staan, zou de vertaling ongeveer als volgt luiden:

    26a      Ook het doen boeten van de rechtvaardige niet goed
    26b      (tot) het slaan van edelen over/om/tegen/vanwege recht/oprechtheid.
     
  • Nu is de vraag hoe het ‘slaan’ zich verhoudt tot de ‘edelen’. Zijn de edelen het onderwerp of het lijdend voorwerp van het slaan? Slaan zij zelf, of worden zij geslagen? In principe zijn beide opties mogelijk in het Hebreeuws. Het nadeel van de SV is hier dat er een lijdend voorwerp aan de tekst toegevoegd moest worden (‘iemand’). Aan de andere kant voegen andere vertalingen vaak ook iets toe (zie bijvoorbeeld de HSV).
  • Het lijkt heel aannemelijk dat ‘rechtvaardige’ en ‘edelen’ hier op één lijn staan, gezien het parallellisme. In dat geval moeten de edelen in positieve zin worden opgevat, en dat zou strijden met de keuze van de SV. Ik citeer nog uit de Studiebijbel Oude Testament (SBOT): “Het is niet goed een rechtvaardige een boete op te leggen. Wanneer dat al niet goed is, hoe onjuist is het dan om edelen te slaan. Deze tekst sluit aan bij vers 23, waar wordt gewaarschuwd het recht in juridische procedures niet te buigen. Het slaan van mensen wordt in Deut. 25:1-3 aangemerkt als een ernstige en vernederende straf. In vers 7 staan edelen tegenover dwazen en daarom mogen we aannemen dat hier voorbeeldige personen bedoeld zijn, en die mogen geen diepe vernedering als slaag ondergaan.” De SBOT komt zodoende tot de volgende (ietwat vrije) vertaling van het vers: “Als zelfs het beboeten van een onschuldig mens niet goed is, hoeveel te meer is het slaan van edelen dan tegen wat rechtvaardig is”.

In de verklaringen die ik raadpleegde, werd steevast gekozen voor ‘edelen’ als lijdend voorwerp van het slaan, en niet als onderwerp. Ook werd, in lijn daarmee, ‘edelen’ als een positief begrip opgevat. Gezien de verbinding met vers 7 die al genoemd is, zou dat goed kunnen. Niettemin is de vertaling van de SV niet uit te sluiten, hoewel ze minder voor de hand ligt.

Tot slot. Zijn er bijbelvertalingen die dezelfde keuze als de Statenvertalers laten zien? Oude bijbelvertalingen als de Septuaginta en de Vulgata komen niet overeen met de SV, en dat geldt ook voor de King James Bijbel. Toch zijn er betrouwbare vertalingen die vergelijkbaar zijn met de SV. Als voorbeeld noem ik de Italiaanse vertaling van de gerespecteerde theoloog uit Genève, Giovanni Diodati, uit 1640: “Egli non è bene di condannare il giusto, non pure ad ammenda, ne che i principi battano alcuno per dirittura.” [Het is niet goed om de rechtvaardige te veroordelen, ook niet tot boete, noch dat de prinsen iemand slaan vanwege oprechtheid.]

Een ander voorbeeld is de belangrijke editie-1588 van de Franse Bijbel uit Genève, een editie die de Statenvertalers evenals de vertaling van Diodati gekend en gebruikt hebben: “Encores n’est-il pas bon de condamner à l’amende le iuste, ni que les principaux d’entre le peuple frapent quelcun pour s’estre porté en droiture.” [Verder is het niet goed om de rechtvaardige tot boete te veroordelen, noch dat de edelen onder/van het volk iemand slaan vanwege het zich rechtvaardig hebben gedragen.] In een kanttekening noemen deze Franse vertalers overigens wel de vertaaloptie dat de edelen geslagen worden.

Vertalen is een moeilijk werk, zeker waar het de Heilige Schrift betreft. In het bovenstaande geval kunnen we niet zozeer spreken over juiste en onjuiste vertalingen, maar eerder over vertalingen die meer of minder voor de hand liggend zijn.

drs. Christiaan Bremmer

Wetenschappelijk medewerker Gereformeerde Bijbelstichting

Gereformeerde Bijbelstichting

Gereformeerde Bijbelstichting

  • Kerkelijke gezindte:
    Divers
  • Woon/standplaats:
    Leerdam
  • Status:
    Actief
geen reacties

Terug in de tijd

Onder de preek kan ik me verschrikkelijk slecht concentreren. Ik ben al een paar keer op de gedachte gekomen om met de k...
15 reacties
10-07-2009
Ik heb een vraag over de Da Vinci Code. Ik hoorde dat dat een boek is wat je niet mag lezen omdat er erge zaken in staan...
geen reacties
10-07-2007
Hoe kun je voor een bekeerd mens doorgaan en de naastenliefde te missen? Ik begrijp het niet. Het is toch God liefhebben...
geen reacties
10-07-2008
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis