Onzekerheid in de zekerheid

Ds. G. Kater / 1 reactie

14-06-2018, 13:36

Vraag

In het jaar 2017 ben ik door God door middel van een Woordopenbaring in het hart gegrepen. Dat heeft mijn leven radicaal omgekeerd. Van een vormelijke wettisch wezen, in een vrijgemaakt mens dat alleen maar kon zingen en aanbidden. Dat was voor mij toen een openbaring van Zijn bevrijdende genade. Die voorsmaak heeft een maand geduurd en is toen plots verdwenen. Toen ging ik onderzoeken waarom het was verdwenen en ging ik leren welk een helwaardig mens ik ben. Dat ging erg diep. Zo wist ik de betekenis van genade niet meer. Ik had dat zo nodig. Genade was in mijn ogen mijn uitzicht.

Zeer recent gaf de Heere mij, toen ik worstelde om Zijn genade, de kennis dat genade niet mijn uitzicht is, maar Zijn inzicht. Toen ontstond daar een zekerheid dat het Licht dat mijn zonde openbaar brengt, hetzelfde licht is dat de duivel verdraait tot duisternis, door twijfel te zaaien omtrent het heil. Christus is immers het Licht en daardoor de Weg tot God, de Waarheid van ons verdorven bestaan, maar ook het eeuwige Leven. Daaruit ontstond een zekerheid, een wapen waarmee de verleidingen kunnen worden weerstaan, waardoor ik mag opstaan als ik gevallen ben en waarin ik mij mag verheugen.

Maar nu vliegt de onzekerheid in die zekerheid mij steeds aan. Er zijn immers zoveel kinderen van God die jarenlang worstelen met de toeëigening van het heil, soms hun leven lang. Die er niet bij kunnen, maar die wel goede vrucht laten zien die ik in mezelf niet zie. En ik zeg in nog geen twee jaar tijd dat mij de zekerheid wel gegeven is! Dat is nu hetgene waar de zekerheid zo door aangevochten wordt, maar ook de bron waar mijn vermeende geestelijke leven uit voortkomt. Dit is voor mij een zaak die mij zoveel onrust brengt. Wat moet ik doen?

Antwoord

Beste vraagsteller,

Wat moet ik doen? Dat is de vraag waar je mee eindigt. Bij het lezen van je vraag moest ik denken aan een citaat uit één van de prachtige brieven van de Schotse Samuel Rutherford. Hij schrijft: “Gij doet wel, niet te twijfelen als de fundamentsteen vast ligt, maar wel te beproeven of dat zo is; want er is groot verschil tussen het betwijfelen of we genade hebben en het beproeven of we genade hebben. Het eerste kan zonde zijn, maar het laatste is goed.” Als we door Gods genade in het geloof mogen weten deel te hebben aan de Heere Jezus Christus en Zijn werk, mogen we dat niet in twijfel trekken; maar het is wel voluit Bijbels om te onderzoeken óf we in het geloof deel hebben aan de Heere Jezus Christus. Dat is het eerste waar ik je op wijzen wil: hebben wij de Heere Jezus Christus werkelijk door een waar geloof leren kennen in ons leven? 

Weten wij hoe Hij, in de nood van onze verlorenheid voor God, ons noodzakelijk en kostbaar geworden is? Heeft Hij Zichzelf heel persoonlijk aan mij bekend gemaakt, vanuit het Evangelie, door de Heilige Geest?

Vervolgens, als het gaat om de zekerheid van het geloof is het van groot belang om te weten dat Gods Woord ons erop wijst dat het fundament van de zekerheid van het geloof altijd buiten onszelf ligt. We vinden geen zekerheid in onze geloofservaringen van Gods genade in Christus. Want de duivel weet altijd wel de zwakke plaatsen daarin aan te wijzen en ook hij weet van allerlei vormen van schijngeloof die in het Woord van God genoemd worden. En terwijl hij de schijngelovigen met rust laat, valt hij daar juist de ware gelovigen mee aan. Daarom ligt de eerste en laatste grond van de zekerheid van het geloof altijd buiten ons: in de vaste en zekere belofte van het Evangelie. Daarin belooft God dat een ieder, wie hij of zij ook is, die in de gekruiste Christus gelooft, niet zal verderven, maar het eeuwige leven hebbe. Daarin belooft Christus Zélf: die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Temidden van alle blijvende aanvechting in het christenleven is dat het eerste en het laatste houvast van een waar geloof. Daaraan klemt het geloof zich vast, daarop bouwt het, daarop hoopt het. Want wat er ook in mij verandert en wisselt, dit vaste en zekere Woord van het Evangelie verandert en wisselt nooit. Omdat het gesproken is door de levende God die niet liegen kan. 

Bidt de Heere om het licht van Zijn Geest, opdat Hij je zal laten zien dat in dit vaste en onveranderlijke beloftewoord van Hem de zaligheid oneindig vast ligt, voor een ieder die de verschijning van Christus lief heeft. Klem je vast aan Hem, de Rots wiens werk volkomen is. Want er is nog nooit een zondaar omgekomen, die zich in het geloof heeft toevertrouwd aan het werk en het Woord van de enige Zaligmaker van zondaren.

Met hartelijke groet,
Ds. G. Kater

Ds. G. Kater

Ds. G. Kater

  • Geboortedatum:
    10-07-1978
  • Kerkelijke gezindte:
    Hersteld Hervormd
  • Woon/standplaats:
    Waarder
  • Status:
    Actief

Tags in dit artikel:

geloofstwijfelgeloofszekerheid
1 reactie
M
17-06-2018 / 19:13
Ds. G. Kater heeft m.i. een mooi en goed antwoord gegeven.

Niemand van ons heeft God gezocht (Rom 3:11) en de reden dat wij Hem kennen is enkel omdat Hij ons eerst liefhad (1 John 4:19). Ironisch genoeg gaan we God pas zoeken nadat we Hem hebben gevonden, het is inderdaad enkel uit genade.

Johannes 10: 27-29 Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken. Mijn Vader, Die hen aan Mij gegeven heeft, is meer dan allen, en niemand kan hen uit de hand van Mijn Vader rukken.

Maar hoe weet je of je bij de kudde hoort? Vanaf de wedergeboorte ben je een nieuw schepsel in Christus en het oude is voorbij gegaan (2 Kor 17). Je hebt een nieuw verlangen gekregen, je verlangt ernaar om God te kennen en te eren (Psalm 119:14). En het is aan dit verlangen dat je mag weten dat je bij de kudde hoort, want het is de Geest die dit verlangen in je legt (1 Kor 2:12). Het feit dat je deze vragen stelt en hierover nadenkt is het bewijs dat de Heilige Geest in je werkt.

Romeinen 8:26 En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. De Geest Zelf pleit echter voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.

Met onuitsprekelijke verzuchting bidt de Geest voor ons en brengt ons zo bij de Heer. Als het je verlangen is om God te kennen en God te eren dan ben je geroepen en mag je zeker zijn van de zaligheid die je door het bloed van Jezus gegeven is (Rom 8:30).

Wat betreft het dragen van goede vrucht; het is inderdaad zo dat men aan de vruchten de boom kan kennen (Mat 12:33) Vergeet echter niet dat er specifieke seizoenen zijn waarin een boom vrucht draagt. (Mark 11:13). Een boom moet eerst wortel schieten, groeien en vervolgens moet de vrucht nog een tijd rijpen.

Je vergelijkt de eerste knoppen aan de tak met de volgroeide vrucht van anderen, dat is niet verstandig. Het is goed om je aan oudsten en/of anderen op te trekken, maar wees niet te hard naar jezelf, want heiligmaking is een lang proces. Span het paard niet achter de wagen, wortel jezelf eerst stevig in het Evangelie, leer Hem kennen en de vrucht komt vanzelf (Matt 6:33).
Je kunt op dit bericht reageren. Klik hier om in te loggen.

Terug in de tijd

Ik heb een jongen in mijn klas die ik leuk vind. Ik ken hem goed, wij zijn gewoon goede vrienden. Maar nu weet ik bijna ...
geen reacties
13-06-2007
Ik hoop volgend jaar met mijn vriendin te gaan trouwen. Nu kom ik uit de Ger. Gem en zij uit de PKN. Wij willen ons na o...
geen reacties
13-06-2013
Ik heb 3,5 jaar verkering, maar twijfel nog steeds. Ik begin onze verkering een beetje zat te worden. Het is voor mij zo...
geen reacties
13-06-2007
website-ontwikkeling door webdevelopment by Accendis